Gedragscode leden gemeenteraad Ouder-Amstel 2012

Raadsvoorstel/-besluit 

De raad van de gemeente Ouder-Amstel,
Gelezen het voorstel d.d. 19 september 2012, nummer 2012/,
Conform het bepaalde in artikel 15 Gemeentewet.

Besluit 

Vast te stellen Gedragscode voor leden van de gemeenteraad van Ouder-Amstel 2012.

1 Algemene bepalingen

  • 1.1 Onder raadslid wordt verstaan een lid van de gemeenteraad van Ouder-Amstel.
  • 1.2 De bepalingen van deze gedragscode zijn ook van toepassing op de fractieassistenten. Daar waar in de regeling wordt gesproken over raadsleden moet hieronder ook de fractieassistenten worden verstaan. 
  • 1.3 In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in de commissie burger en bestuur.
  • 1.4 De code is openbaar en door derden te raadplegen.
  • 1.5 De raadsleden ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code.

2 Belangenverstrengeling en aanbesteding

  • 2. 1 Een raadslid voorkomt bij zijn handelen te allen tijde (de schijn van) bevoordeling van zichzelf dan wel van derden.
  • 2.2 Een raadslid doet opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen.
  • 2.3 Een oud-raadslid wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van zakelijke opdrachten voor de gemeente. 
  • 2.4 Een raadslid dat familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht.
  • 2.5 Een raadslid neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden.

3 Nevenfuncties

  • 3.1 Een raadslid vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente.
  • 3.2 Een raadslid maakt melding van al zijn nevenfuncties waarbij tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is. Deze gegevens worden openbaar gemaakt.
  • 3.3 De kosten die een raadslid maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van het ambt (c.q. nevenfunctie), worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend, tenzij deze bij de organisatie waarvoor de nevenfunctie wordt uitgeoefend niet voor vergoeding in aanmerking komen.

4 Informatie

  • 4.1 Een raadslid gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt in elk geval geen geheime informatie.
  • 4.2 Een raadslid houdt geen informatie achter, tenzij hij daartoe gehouden is op grond van de Wet openbaarheid bestuur of de Gemeentewet,
  • 4.3 Een raadslid maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

5. Aannemen van geschenken

  • 5.1 Een raadslid is zich voortdurend bewust van zijn positie ten opzichte van zijn omgeving. Als hij geschenken aanneemt, aanbieding of uitnodigingen aanvaardt, zal hij te allen tijde voorkomen dat zijn onafhankelijke positie daardoor wordt beïnvloed of de schijn daarvan wordt gewekt.
  • 5.2 Indien een raadslid geschenken of giften ontvangt die een waarde van 30 euro of minder vertegenwoordigen, kunnen deze worden behouden en behoeven ze niet te worden gemeld en geregistreerd.
  • 5.3 Overige geschenken en giften die een raadslid uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld bij het fractievoorzittersoverleg en geregistreerd en zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht.

6 Bestuurlijke uitgaven

  • 6.1 Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond.
  • 6.2 Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria gehanteerd. Met de uitgave is het belang van de gemeente gediend de uitgave vloeit voort uit de functie.

7 Declaraties

  • 7.1. Het raadslid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. Van declaratie zijn uitgesloten de kosten die behoren tot de vaste onkostenvergoeding. De werkelijk gemaakte reis- en verblijfkosten ten behoeve van de uitoefening van het ambt kunnen worden gedeclareerd conform de daarvoor geldende regels.
  • 7.2. Declaratie van gemaakte kosten wordt uitgevoerd conform de daarvoor geldende regels.
  • 7.3. In geval van twijfel omtrent een declaratie, wordt deze voorgelegd aan de burgemeester. Zo nodig wordt de declaratie ter besluitvorming aan het fractievoorzittersoverleg voorgelegd.

8 Gebruik van gemeentelijke voorzieningen

  • 8.1 Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privédoeleinden is niet toegestaan tenzij het de bruikleen betreft van een mobiele telefoon en computer (waaronder een laptop en tablet-pc) die mede voor privédoeleinden kunnen worden gebruikt.
  • 8.2 Bij gebruik voor privédoeleinden dient een raadslid zich te houden aan de betamelijkheid, goede zeden en integriteitsbeginselen van de gemeente Ouder-Amstel.
  • 8.3 Bij het ontstaan van schade of diefstal door het niet opvolgen van de gebruiksvoorschriften of door aantoonbare nalatigheid, wordt de schade op het raadslid verhaald.
  • 8.4 In geval van diefstal dient een rapport van aangifte van de politie te worden overgelegd. 
  • 8.5 Schade door overmacht is voor rekening van de gemeente.

9 Reizen buitenland

9.1 Een raadslid maakt geen buitenlandse reizen namens de gemeente. Indien dit toch noodzakelijk is kan de raad per raadsbesluit hiervan afwijken. In het raadsbesluit worden dan nadere voorwaarden opgenomen.

10 Klachten

  • 10.1 Wanneer een raadslid klachten heeft over de integriteit van een raadslid, bestuurder, of ambtenaar, bespreekt hij deze met de burgemeester.
  • 10.2 Wanneer een raadslid klachten heeft over de integriteit van de burgemeester, bespreekt hij deze met de plaatsvervangend voorzitter van de raad.
  • 10.3 Een burger of organisatie kan klachten over de integriteit van raadsleden bij de burgemeester indienen. Klachten over de integriteit van de burgemeester zelf kunnen worden ingediend bij de plaatsvervangend voorzitter van de raad.
  • 10.4 De burgemeester respectievelijk de plaatsvervangend voorzitter van de raad stellen een procedure van behandeling van deze klachten vast.
  • 10.5 Indien de inhoud van de klacht daartoe aanleiding geeft wordt deze besproken in de raad.

11 Slotbepalingen

  • 11.1 In gevallen waarin de Gedragscode niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het fractievoorzittersoverleg.
  • 11.2 Jaarlijks wordt door de burgemeester in het Burgerjaarverslag verantwoording afgelegd over de uitvoering en toepassing van deze verordening.
  • 11.3 Met deze gedragscode vervalt de gedragscode voor leden van de gemeenteraad van Ouder-Amstel 2009.
  • 11.4 Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 

Ouder-Amstel, 4 oktober 2012
De raad voornoemd,
de raadsgriffier, de voorzitter,
W. van Zanen M.T.J. Blankers-Kasberge