Akkoordlijst 25 augustus 2020

Akkoordlijst, behorend bij besluitenlijst van 25 augustus 2020

Verrekening neveninkomsten politieke abtsdragers 2019

In de circulaire van 1 februari 2019, kenmerk 2019-0000056845, informeert het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (verder te noemen: Ministerie van BZK) gemeenten over de verrekening van de neveninkomsten van politieke ambtsdragers over 2018 en 2019. Het college heeft besloten om op basis van de gedane opgaven over 2019 de verrekenplicht niet toe te passen op mevrouw J. Langenacker (burgemeester) en dat de verrekenplicht niet van toepassing is op de heer A.A.M. Boomgaars (wethouder), mevrouw B.M. de Reijke (wethouder), mevrouw C.C.M. Korrel-Wolvers (wethouder) en mevrouw M.C. van der Weele (wethouder).

Besluit 

  • Op basis van de gedane opgave de verrekenplicht niet toe te passen op mevrouw J. Langenacker (burgemeester); 
  • De verrekening op basis van de gegeven antwoorden niet van toepas-sing is op de heer A.A.M. Boomgaars (wethouder), mevrouw B.M. de Reijke (wethouder), mevrouw C.C.M. Korrel-Wolvers (wethouder) en mevrouw M.C. van der Weele (wethouder).

Besluit op bezwaarschrift tegen het besluit van 27 mei 2020 waarbij een standplaatsvergunning is verleend aan Forq op het Kampje

Op 27 mei 2020 is aan mevrouw A. W. namens het bedrijf Forq (hierna:”Forq”) een vergunning verleend voor het innemen van een standplaats op ’t Kampje te Ouderkerk aan de Amstel. De plaats wordt ingenomen met een foodtruck voor de verkoop van o.a. ijs, koffie, thee en (gezonde) drankjes op woensdag, vrijdag en zondag.
Op 3 juni 2020 is via een email een bezwaarschrift ontvangen van mevrouw I. v.B. van Café de Vrije Handel (hierna:”bezwaarmaker”). Aan deze email was een email van VOF Pieter-Geeris (Hierna:”poffertjeskraam”) gevoegd.
Omdat het bezwaarschrift van bezwaarmaker niet voldeed aan de daaraan gestelde wettelijke eisen is zij door de commissie op 11 juni 2020 schriftelijk in de gelegenheid gesteld het gebrek voor 8 juli 2020 te herstellen. Tevens is op 25 juni 2020 gevraagd het mandaat om namens de poffertjeskraam bezwaar te maken te overleggen. Van de mogelijkheid het verzuim te herstellen en het mandaat te overleggen is geen gebruik gemaakt en daarmee is volgens de commissie het bezwaarschrift niet-ontvankelijk. Zij komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het bezwaarschrift. 
Volgens artikel 7:3 van de Awb kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien indien het bezwaar kennelijk niet ontvankelijk is. De commissie adviseert het bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren. Omdat het advies deugdelijk tot stand is gekomen wordt u geadviseerd dit advies onverkort over te nemen. 

Besluit

  1. Het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren.
  2. Bezwaarmaker en vergunninghouder van het genomen besluit schriftelijk op de hoogte te stellen.

Beslissing op het bezwaarschrift van A.K. tegen het ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelf-standigen (IOAZ) genomen besluit van 8 januari 2020.

Bezwaarmaker heeft op 3 oktober 2019 bij het college geïnformeerd of hij in aanmerking kan komen voor een uitkering ingevolge de Ioaz. Op 10 oktober 2019 heeft bezwaarmaker daartoe een oriënterend gesprek gehad met de heer Rombouts van het IMK. Volgens het verslag bestaat mogelijk recht op een IOAZ-uitkering. Wel is de kanttekening gemaakt, dat bezwaarmaker mogelijk niet voldoet aan de definitie van zelfstandige. Bezwaarmaker heeft vervolgens op 11 november 2019 het aanvraagformulier ingeleverd. Volgens de toelichting op het formulier heeft bezwaarmaker sinds enkele jaren niet meer zijn werk uitgevoerd wegens lichamelijke klachten. Op 6 december 2019 heeft het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK) een adviesrapport IOAZ ingeleverd. Volgens het IMK voldoet bezwaarmaker niet aan de criteria voor een IOAZ-uitkering. Voor de Belastingdienst is zijn bedrijf per31 december 2018 beëindigd. Ook voldoet bezwaarmaker niet aan het urencriterium.
Bij bestreden besluit van 8 januari 2020 is het advies van het IMK overgeno-men en de aanvraag van bezwaarmaker om een Ioaz-uitkering.

Bij besluit van 30 maart 2020 is aan bezwaarmaker, ingevolge de Participatie-wet, een tijdelijke inkomensvoorziening toegekend, ingaande 1 december 2019. Bezwaarmaker heeft op 16 januari 2020 een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van 8 januari 2020. Het bezwaarschrift is door de bezwaar-schriftencommissie van de gemeente Ouder-Amstel behandeld.
Op 13 augustus 2020 is het advies van de bezwaarschriftencommissie ontvan-gen. De commissie adviseert het college het bezwaar ongegrond te verklaren.
Uit de gedingstukken blijkt, hetgeen door bezwaarmaker ter zitting van de commissie ook is bevestigd, dat niet is voldaan aan het urencriterium, zodat bezwaarmaker ten tijde van zijn aanvraag geen oudere gewezen zelfstandige was en dus niet behoort tot de kring van rechthebbenden van de IOAZ.
Voor de Belastingdienst is het bedrijf van bezwaarmaker per 31 december 2018 beëindigd. 

Het feit dat bezwaarmaker nog steeds als marktkoopman stond ingeschreven en dat hij zijn plek op de markt nog niet heeft opgegeven, is hierbij niet van belang. Het college is dan ook terecht tot de slotsom gekomen dat bezwaar-maker niet behoort tot de personenkring van de IOAZ en dat hij daardoor niet in aanmerking kan komen voor een uitkering ingevolge die wet. Bezwaarmaker voldoet niet aan het urencriterium en hij heeft de uitkering ingevolge de IOAZ pas aangevraagd, nadat het bedrijf is beëindigd. Verwezen wordt naar het advies van de commissie. Gelet op het advies van de commissie wordt voorgesteld het bezwaarschrift, gericht tegen het besluit van 8 januari 2020 ongegrond te verklaren.

Besluit

  1. Overeenkomstig het advies van de bezwaarschriftencommissie Ouder-Amstel het bezwaarschrift van 16 januari 2020 ongegrond te verklaren.
  2. Bezwaarmaker van de genomen beslissing op het bezwaar op de hoogte stellen.

Beslissing op het bezwaarschrift van R.J. K. tegen het ingevolge de Wet maat-schappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) genomen besluit van 20 februari 2020

Bij besluit van 23 augustus 2018 is aan bezwaarmaker, ingevolge de Wmo, huishoudelijke verzorging toegekend voor de periode 1 augustus 2018 tot en met 31 juli 2020 voor 3 uur per week. De zorg wordt verleend door Algemeen Thuiszorg Bureau (ATZB). Uit de melding van 21 januari 2019 blijkt, dat ATZB tot nader orde gestopt is met de huishoudelijke verzorging bij belanghebbende wegens de staat van vervuiling van zijn huis. Op 17 juli 2019 heeft bezwaarmaker een gesprek gehad met de klantmanager Wmo en is aan hem een ondersteuningsplan Wmo toegestuurd. Aan belanghebbende is 5 uur per week huishoudelijke begeleiding en 2 uur per week individuele begeleiding voorgesteld. Deze begeleiding wordt geleverd door Stichting Leger des Heils. Bij besluit van 20 augustus 2019 is aan bezwaarmaker, ingevolge de Wmo, huishoudelijke en individuele begeleiding toegekend voor de periode 31 juli 2019 tot en met 30 juli 2022 voor 5 uur per week respectievelijk 2 uur per week. Tegen dit besluit is geen rechtsmiddel aangewend.  Op 2 december 2019 is door Stichting Leger des Heils verzocht om de beide indicaties te beeindiging. Volgens de Stichting Leger des Heils wilt bezwaarmaker niet meewerken aan de afspraken en kunnen zij niet voldoen aan de opdracht. Bij besluit van 2 januari 2020 is, ingevolge de Wmo, de huishoudelijke en individuele begeleiding per 2 december 2019 beëindigd. Op 4 februari 2020 heeft een zitting bij de rechtbank Amsterdam plaatsgevonden wegens het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Bij uitspraak van 15 mei 2020 is het verzoek afgewezen. Bij bestreden besluit van 20 februari 2020 is het besluit van 2 januari 2020 ingetrokken. Ook is, ingevolge de Wmo, aan bezwaarmaker individuele begeleiding voor de periode 19 februari 2020 tot en met 18 februari 2021 voor gemiddeld 5 uur per week toegekend. 

Tevens is bij hetzelfde besluit Hulp bij het Huishouden voor de periode 19 februari 2020 tot en met 18 februari 2021 voor gemiddeld 150 minuten per week toegekend. Bezwaarmaker heeft op 8 januari 2020 en op 14 maart 2020 een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van 20 februari 2020. Het bezwaarschrift is door de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Ouder-Amstel behandeld. Op 13 augustus 2020 is het advies van de bezwaarschriftencommissie ontvangen. De commissie adviseert het college het bezwaar ongegrond te verklaren. Volgens de commissie het besluit van 20 februari 2020 zorgvuldig tot stand gekomen. Hetgeen in bezwaar is aangevoerd, biedt geen aanleiding om het besluit te moeten herzien. Ten aanzien van de woning is uitgegaan van het aantal in gebruik zijnde kamers dat gezien de omvang van het huishouden nodig is, niet met het werkelijke aantal kamers, als het huis groter is. Vastgesteld is, dat het de bedoeling is dat de zorgverlener van individuele begeleiding HVO nauw samen werkt met de zorgverlener van huishoudelijke verzorging, T-zorg. Bezwaarmaker heeft ter zitting laten weten tevreden te zijn met de begeleiding door HVO en de huishoudelijke verzorging door T-zorg. Er is bij toekenning van individuele begeleiding voor de periode 19 februari 2020 tot en met 18 februari 2021 voor gemiddeld 5 uur per week en voor hulp bij het huishouden, gemiddeld 150 minuten per week, rekening houden met de fysieke en energetische Pagina 3 van 4 beperkingen van bezwaarmaker, dat hij geen taken in het huishouden kan uitvoeren en dat het lichten en het zware huishoudelijk werk volledig over moet worden genomen. Aan bezwaarmaker is bij besluit van 20 februari 2020 daardoor voor hulp bij het huishouden het maximale aantal minuten/uren per week toegekend voor de in gebruik zijnde kamers. Het totale aantal toekende uren voor begeleiding en hulp bij het huishouden is in goed overleg met de zorgaanbieders tot stand gekomen waarbij rekening is gehouden met de vervuilingsproblematiek bij bezwaarmaker. Het college heeft aangegeven dat de ingezette, individuele begeleiding en de huishoudelijke hulp tussentijds geëvalueerd zal worden om na te gaan of de geboden hulp effectief is en de doelen worden behaald. Verwezen wordt naar het advies van de commissie. Gelet op het advies van de commissie wordt voorgesteld het bezwaarschrift, gericht tegen het besluit van 20 februari 2020 ongegrond te verklaren. In de beslissing op bezwaar wordt nader aangegeven, dat ten aanzien van de woning uitgegaan wordt van het aantal in gebruik zijnde kamers dat gezien de omvang van het huishouden nodig is en niet met het werkelijke aantal kamers.

Besluit

  1. Overeenkomstig het advies van de bezwaarschriftencommissie Ouder-Amstel het bezwaarschrift van 8 januari 2020, aangevuld op 14 maart 2020, ongegrond te verklaren. 
  2. Bezwaarmaker van de genomen beslissing op het bezwaar op de hoogte stellen.

Halfjaarrapportage inzake uitvoeringsprogramma 2020 Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (hierna: ‘OD NZKG ) heeft tot taak de uitvoering van door de rijksoverheid aangewezen (verplichte) basistaken. Deze taken zijn overgedragen. Eerder dit jaar is in samenspraak met de OD NZKG een Uitvoeringsprogramma (hierna: ‘UVP’) voor 2020 opgesteld en door het college van burgemeester en wethouders (hierna: ‘het college’) vastgesteld. De UVP heeft betrekking op de uitvoering van het landelijke basistakenpakket en afname van extra taken zoals bouwpiket en advisering/ondersteuning milieu gerelateerde zaken. Halverwege het jaar rapporteert de OD NZKG over de voortgang van de werkzaamheden en aan het einde van het jaar over de verrichte werkzaamheden in het afgelopen jaar. Dit voorstel gaat over de halfjaarrapportage van de OD NZKG. In de rapportage komt aan de orde wat er tot nu toe is gedaan, wat er het komende jaar nog wordt verwacht. Verder worden te verwachten afwijkingen gemeld ten opzichte van het
UVP.

Besluit

  1. Kennis te nemen van de halfjaarrapportage 2020 van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied;
  2. Met het raadsbericht de gemeenteraad op de hoogte te stellen van de halfjaarrapportage 2020 van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.

Cliëntervaringsonderzoek Jeugd over het jaar 2019

Een onderzoek naar de ervaringen van jeugdhulpcliënten is vanaf 2016 verplicht voor alle gemeenten in Nederland. Dergelijk onderzoek werd gedaan op het niveau van de 14 samenwerkende gemeenten in Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland. Dit is het eerste lokale onderzoek en tevens een 0-meting. De resultaten van het cliëntervaringsonderzoek over het jaar 2019 zijn samengevat in dit advies. Het college is wettelijk verplicht deze gegevens voor 1 juli van ieder jaar te publiceren. Vanwege alle perikelen rondom corona hebben gemeenten de mogelijkheid de uitkomsten later aan te leveren. Uit het onderzoek blijkt dat jeugdigen en ouders over het algemeen tevreden zijn over de toegankelijkheid, de kwaliteit en het effect van de ondersteuning. Voorgesteld wordt kennis te nemen van de resultaten en deze resultaten mee te nemen als nulmeting voor het jaarlijks uit te voeren cliëntervaringsonder-zoek Jeugdhulp vanaf 2020.

Besluit

  • Kennis te nemen van het rapport “Cliëntervaring Jeugd gemeente Ouder-Amstel” over het jaar 2019;
  • Het rapport te publiceren op de gemeentelijke website en het Week-blad Ouder-Amstel;
  • Het rapport Clientervaring Jeugd ter informatie te sturen aan de ge-meenteraad en de Adviesraad Sociaal Domein Ouder-Amstel.


Behoort bij B&W-besluitenlijst d.d. 26 augustus 2020
de secretaris a.i.,
R.S.M. Heintjes