Akkoordlijst 18 augustus 2020

Rapportage GGD luchtmetingen 2019 stikstofdioxide (NO2).

Gedurende een groot aantal jaren verricht de GGD Amsterdam, afdeling Luchtkwaliteit, luchtmetingen op diverse plaatsen in de gemeente. Berekeningen door Rijkswaterstaat hadden eerder knelpunten op het gebied van de luchtkwaliteit binnen onze gemeente aangetoond (langs de rijkswegen). Door de diverse ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente en de aanleg van infrastructurele werken is het van belang een vinger aan de pols te houden.

In 2019 is gemeten op stikstofdioxide (NO2). Die component vormt samen met fijnstof een belangrijk indicator voor de luchtkwaliteit en legt een directe relatie met verkeersemissies. In Ouderkerk aan de Amstel is een jaargemiddelde NO2 concentratie gemeten van afgerond21 µg/m3. Voor Duivendrecht was dat afgerond 24 µg/m3.Zowel in Ouderkerk aan de Amstel als in Duivendrecht bleven de gemeten NO2 concentraties in 2019 (ver) beneden de grenswaarde van 40 µg/m3. 2019 was een zeer zonnig jaar (3de plaats zonnigste jaren sinds waarnemingen). Verder viel veel meer regen dan in 2018 dat uitzonderlijk droog was. De in 2019 opgetreden verbetering van de luchtkwaliteit lijkt niet veroorzaakt door afwijkende weersomstandigheden. De rapportage van de GGD over 2019 is bijgevoegd, evenals een overzicht van alle gehouden metingen in de loop der jaren. Ook is per woonkern een overzicht bijgevoegd van alle metingen. Hierdoor is het mogelijk de trend te volgen.

Besluit 

  • Kennis te nemen v.d. rapportage van de GGD over de in 2019 gehouden metingen;
  • De rapportage ter informatie door te sturen aan de leden van de raad/commissie ruimte;
  • Een exemplaar van het rapport ter inzage te leggen voor de inwoners (OK en DD);
  • In overleg met de afdeling communicatie een samenvatting van de rapportage in het Weekblad voor Ouder-Amstel te plaatsen en op de gemeentelijke website. Via de website zal een link gemaakt worden naar de rapportage, een kaart met de meetlocaties en de meetgegevens per locatie.

Beslissing op het bezwaarschrift van R.S. H. tegen het ingevolge de Participatiewet genomen besluit van 21 april 2020.

Bezwaarmaker heeft op 12 december 2019, via Goedhart Bewind, een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand voor inrichtingskosten tot een bedrag van € 2.601,16. 

Bij de aanvraag bevinden zich diverse aankoopbonnen en dergelijken. Een gedeelte van de inrichtingskosten waarvoor bezwaarmaker bijzondere bijstand heeft aangevraagd, werden voor de aanvraag gemaakt en werden betaald door de moeder van bezwaarmaker. Bij bestreden besluit van 21 april 2020 is, ingevolge de Participatiewet, de aanvraag om bijzondere bijstand voor inrichtingskosten deels afgewezen. Verder is aan bezwaarmaker, ingevolge de Participatiewet, bijzondere bijstand in de vorm van een lening toegekend tot een bedrag van € 1.607,-- voor inrichtingskosten.

Aan de afwijzing van het gedeelte van de inrichtingskosten ligt ten grondslag dat reeds is voorzien in de kosten, zodat bijstand van overheidswege niet (meer) nodig is. Daarbij is in aanmerking genomen, dat bij belanghebbenden geen bijzondere omstandigheden zich voordoen om alsnog, in afwijking van het beleid, bijzondere bijstand te verstrekken. Mr. R. van Advocatenkantoor Rastegar heeft op 3 mei 2020, namens bezwaarmaker, een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van 21 april 2020. Het bezwaarschrift is door de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Ouder-Amstel behandeld. Op 23 juli 2020 is het advies van de bezwaarschriftencommissie ontvangen. De commissie adviseert het college het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. De commissie is tot dit advies gekomen, omdat het bezwaarschrift van 3 mei 2020 is ingediend zonder gronden. In het bezwaarschrift wordt alleen aangegeven, dat de gronden van de afwijzing onjuist zijn en de terugvordering onrechtmatig is. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het bezwaarschrift ondertekend en bevat ten minste de gronden van het bezwaar.

Bij brief van 11 mei 2020 heeft de secretaris van de commissie de gemachtigde de gelegenheid geboden om vóór 4 juni 2020 aanvullende gronden aan te leveren. Daarbij is erop gewezen dat, indien de gronden niet binnen de gestelde termijn zijn ingediend, het bezwaar niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Het betreft een fatale termijn. Gemachtigde heeft aanvullende gronden bij brief van 8 juni 2020 ontvangen op 9 juni 2020 ingediend. De commissie stelt dan ook vast dat de gronden buiten de termijn zijn. Volgens artikel 6:6 van de Awb kan een bezwaar niet ontvankelijk worden verklaard, indien onder meer niet is voldaan aan artikel 6:5 of enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar. De commissie komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het bezwaarschrift. Verwezen wordt naar het advies van de commissie.
Gelet op het advies van de commissie wordt voorgesteld het bezwaarschrift, gericht tegen het besluit van 21 april 2020 niet-ontvankelijk te verklaren.

Besluit

  1. Overeenkomstig het advies van de bezwaarschriftencommissie Ouder-Amstel het bezwaarschrift van 3 mei 2020 niet-ontvankelijk te verklaren.
  2. Bezwaarmaker van de beslissing op het bezwaar op de hoogte te stellen.

Behoort bij B&W-besluitenlijst d.d. 18 augustus 2020
de secretaris a.i.,R.S.M. Heintjes