Akkoordlijst 08 december 2020

Beslissing op het bezwaarschrift tegen het ingevolge de Participatiewet genomen besluit van 27 juli 2020 tot het afwijzen van de aanvraag om bijzondere bijstand voor een openstaande schuld

Bij beschikking van 19 augustus 2019 is aan bezwaarmaker, op grond van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp), een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang wegens een sociaal-medische indicatie toegekend voor de periode 1 september 2019 tot 1 januari 2020.
Bij beschikking van 28 januari 2020 is aan bezwaarmaker, op grond van de Wkkp, een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang wegens een sociaal-medische indicatie toegekend voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020. Bij besluit van 23 april 2020 is de vergoeding van de kosten van de kinderopvang met ingang van 16 maart 2020 beëindigd. Aan deze beëindiging ligt het opzeggen van het contract met de kinderopvang, d.d. 24 maart 2020 ten grondslag. Tegen het besluit is geen rechtsmiddel aangewend. Op 11 juni 2020 heeft mr. M., namens bezwaarmaker, ingevolge de Participatiewet een aanvraag bijzondere bijstand ingediend voor het bedrag van € 847,54, d.d. 15 april 2020, zijnde de openstaande eigen bijdrage kinderopvang bij Kindergarden Nederland B.V. Bij bestreden besluit van 27 juli 2020 is de aanvraag afgewezen op grond van artikel 13, eerste lid, onder g, van de Participatiewet. In beginsel wordt geen bijstand verleend ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast. Daarbij is in aanmerking genomen, dat geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden naar voren zijn gekomen of gebracht om alsnog bijzondere bijstand voor de schuld te verstrekken. Mr. M. heeft op 3 september 2020, namens bezwaarmaker, een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van 27 juli 2020. Het bezwaarschrift is door de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Ouder-Amstel behandeld. Op 24 november 2020 is het advies van de bezwaarschriftencommissie ontvangen. De commissie adviseert het college het bestreden besluit in stand te laten. Volgens de commissie is het bedrag dat verschuldigd is aan de kinderopvang een opgebouwde schuld, die is ontstaan voor de coronamaatregelen. Kosten die de afbetaling van schulden betreffen, kunnen in beginsel niet worden aangemerkt als noodzakelijke bestaanskosten. De overheid biedt namelijk via de Participatiewet iedere burger de zekerheid van toereikende mid-delen om in het noodzakelijke te voorzien. Schulden kunnen dus, uitzonderingen daargelaten, niet ontstaan uit een gebrek aan noodzakelijke bestaanskosten, maar ontstaan door de wijze van besteding van de middelen. Aangezien degene die bijstand vraagt ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast bij het ontstaan van de schuldenlast, dan wel nadien, normaal gesproken beschikte of beschikt over de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien is er aanspraak op het verlenen van bijstand voor schulden. Het is de commissie verder niet gebleken dat er sprake is van dringende redenen dan wel dat een saneringskrediet geen uitkomst zou bieden. Verwezen wordt naar het advies van de commissie.
Gelet op het advies van de commissie wordt voorgesteld het bezwaarschrift, gericht tegen het besluit van 27 juli 2020 ongegrond te verklaren.

Besluit

1.    Overeenkomstig het advies van de bezwaarschriftencommissie Ouder-Amstel het bezwaarschrift van 3 september 2020 ongegrond te verklaren.
2.    Geen vergoeding in de proceskosten toe te kennen.
3.    Bezwaarmaker van de beslissing op het bezwaar op de hoogte te stellen.


Behoort bij B&W-besluitenlijst d.d. 09 december 2020
de secretaris,


R. van Reijswoud