Akkoordlijst 07 juli 2020

Verzoek van Sibiz om een terras aan de voorzijde van de Amstelkerk te gedogen i.v.m. coronacrisis.

Amstelstroom/Sibiz (hierna: de ondernemer) heeft verzocht ook een terras te mogen exploiteren onder het gedoogbeleid. De ondernemer heeft overeenstemming bereikt met de buren over de inrichting en voorwaarden waarop een terras geëxploiteerd kan worden. Het gedogen van de inrichting van het terras is tijdelijk (tot 1 oktober 2020). Aan het gedogen kunnen nadrukkelijk geen rechten ontleend worden.

Besluit

In lijn met de regeling ‘gedoogbeleid terrassen het tijdelijke terras’ het tijdelijke terras “terras op het kerkerf” te gedogen op basis van de afspraken tussen de ondernemer en de omwonenden.

Straatnaambesluit pad tussen Station Duivendrecht en Station Strandvliet.

Tussen NS station Duivendrecht en het metrostation Strandvliet in Amsterdam loopt – onderlangs de spoordijk - een breed, geasfalteerd pad. Dit pad wordt hoofdzakelijk tijdens evenementen intensief gebruik door bezoekers van de Johan Cruyff-ArenA. Het pad krijgt nu fysiek een upgrade van de gemeente Amsterdam. Recent is ook de status van het pad (voetpad, met fietsen toegestaan maar snor-en bromfietsen niet toegestaan) vastgelegd. Alleen over de officiële naam van het pad bestaat nu nog onduidelijk: op de ondergrond van het digitaal kaartmateriaal staat: Stationsplein, maar het loopt veel verder dan het plein, namelijk langs de golfbaan tot aan metrostation Strandvliet. In de volksmond wordt het (ten onrechte) ook wel het Zwarte Pad genoemd, maar dat pad loopt dichter richting de Strandvlietlaan. Nadat verschillende opties genoemd en gewogen zijn, is de voorkeur uitgesproken voor het F.A. Warnerspad als nieuwe naam voor het pad, naar de architect van het nabij gelegen clubhuis van de Amsterdam Old Course.

Besluit

Het pad tussen NS station Duivendrecht en metrostation Strandvliet, voor zover gelegen op het grondgebied van Ouder-Amstel, de naam F.A. Warnerspad toe te kennen.

Overeenkomst tijdelijke gym op het huidige trainingscomplex van Ajax.

Ajax werkt aan een nieuw ontwerp voor het nieuwe trainingscomplex van De Toekomst (huidige complex plus het parkeerterrein van P2). Er is hiervoor een concept bestemmingsplan in de maak, maar voordat er een vastgesteld bestemmingsplan ligt voor het huidige trainingscomplex, gaat er nog veel tijd overheen. In de tussentijd wil Ajax dat de bedrijfsvoering kan blijven draaien door middel van tijdelijke vergunningen. Ajax heeft daarom een tijdelijke vergunning, voor een periode van 2 jaar, aangevraagd. Voordat deze vergund worden, moet de tijdelijkheid geborgd worden middels een privaat-rechtelijke overeenkomst. De einddatum is 2 jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning.

Besluit

Het ondertekenen van de overeenkomst om tijdelijkheid (maximaal 2 jaar) van de omgevingsvergunning voor een gym op De Toekomst vast te leggen.

Beslissing op het bezwaarschrift, gericht tegen het besluit van 6 februari 2020 tot het ingevolge de Huisvestingsverordening Gemeente Ouder-Amstel 2020 afwijzen van de aanvraag om een woonurgentie.

Bezwaarmaakster heeft op 29 oktober 2019 en op 6 november 2019, via haar broer, contact gehad met het Zorgadviespunt Ouder-Amstel in verband met de problemen met betrekking tot haar huidige woning.
Op 21 november 2019 heeft er een gesprek plaatsgevonden op het gemeentehuis van Ouder-Amstel. Tijdens dit gesprek hebben bezwaarmaakster en haar broer de situatie nader toegelicht. Ook is tijdens het gesprek aan bezwaarmaakster uitgelegd, dat zij hoogstwaarschijnlijk niet in aanmerking komt voor een woonurgentie. Bij brief van 25 november 2019 is bezwaarmaakster ook schriftelijk geïnformeerd over het gesprek en de uitkomst
daarvan. Op 13 januari 2020 heeft bezwaarmaakster een aanvraag ingediend om een woonurgentie. Bij bestreden besluit van 6 februari 2020 is de aanvraag van bezwaarmaakster om een woonurgentie afgewezen. De afwijzing is gebaseerd op artikel 2.6.5 van de Huisvestingsverordening van de Gemeente Ouder-Amstel 2020 en de Beleidsregels Urgentie Ouder-Amstel 2016. Ook is geen toepassing gegeven aan de hardheidsclausule. Mr. F.C. S. heeft op 11 maart 2020, namens bezwaarmaakster, een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van 6 februari 2020. Wegens de coronacrisis is de behandeling van het bezwaarschrift schriftelijk verlopen. Bij uitspraak van 28 april 2020 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Op 29 juni 2020 is het advies van de commissie, d.d. 23 juni 2020, ontvangen. De commissie adviseert het college het bezwaarschrift ontvankelijk en ongegrond te verklaren. 

Ook wordt geadviseerd om geen vergoeding in de proceskosten toe te kennen. Volgens de commissie is bij bezwaarmaakster geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem in de zin van dakloosheid of dreigende dakloosheid. De commissie volgt daarbij de voorzieningenrechter in zijn standpunt dat het college niet had moeten (door)toetsen of bezwaarmaakster onder één van de urgentiecategorieën valt die zijn opgenomen in artikel 2.6.8, eerste lid, van de Huisvestingsverordening. Immers, in dit artikellid is bepaald dat verlening van een urgentieverklaring aan een aanvrager die tot een van daarin genoemde urgentiecategorieën behoort, pas aan de orde kan zijn, indien zich geen van de in artikel 2.6.5, eerste en tweede lid, van de Huisvestingsverordening opgenomen algeméne weigeringsgronden voordoen. De commissie is ook van mening, dat bezwaarmaakster ten aanzien van de hardheids clausule niet aannemelijk heeft gemaakt dat het weigeren van de urgentieverklaring in haar geval tot een schrijnende situatie leidt. Het college heeft in redelijkheid kunnen besluiten geen toepassing te geven aan de hardheidsclausule.
Verder is de commissie van oordeel, dat bij bezwaarmaakster geen aanleiding is tot het vergoeden van de proceskosten. Verwezen wordt naar het advies van de commissie.

Besluit

  1. Overeenkomstig het advies van de bezwaarschriftencommissie Ouder-Amstel het bezwaarschrift van 11 maart 2020 ontvankelijk en ongegrond verklaren.
  2. Het verzoek om een vergoeding in de proceskosten afwijzen.
  3. Bezwaarmaker van de beslissing op het bezwaar op de hoogte stellen.

Beslissing op het bezwaarschrift, gericht tegen het besluit van 31 januari 2020 (en nogmaals verzonden op 3 februari 2020) tot het ingevolge de Participatiewet toekennen van een tijdelijke inkomensvoorziening voor de kosten van levensonderhoud per 4 december 2019.

Bij besluit van 22 oktober 2019 heeft het UWV aan bezwaarmaker een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) toegekend per 1 juli 2019. Deze WW-uitkering is echter niet tot uitbetaling gekomen, omdat bezwaarmaker door eigen schuld werkloos is geworden. Op 4 december 2019 heeft bezwaarmaker zich, ingevolge de Participatiewet, bij het UWV/ www.werk.nl gemeld voor een tijdelijke inkomensvoorziening voor de kosten van levensonderhoud. Op het aanvraagformulier heeft bezwaarmaker verzocht als ingangsdatum 14 juni 2019 te hanteren. Bij bestreden besluit van 31 januari 2020/ 3 februari 2020 is aan bezwaarmaker, ingevolge de Participatiewet, deze tijdelijke inkomensvoorziening voor de kosten van levensonderhoud toegekend per 4 december 2019.De aanvraag van bezwaarmaker om een tijdelijke inkomensvoorziening in de periode 14juni 2019 tot 4 december 2019 is op grond van artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet afgewezen. 

Daarbij is in aanmerking genomen, dat bij bezwaarmaker geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om met terugwerkende kracht bijstand te verlenen. Mr. W. H. van AdvocaatZO heeft op 6 maart 2020, namens bezwaarmaker, een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van 31 januari 2020/ 3 februari 2020. Wegens de coronacrisis is de behandeling van het bezwaarschrift schriftelijk verlopen. Op 30 juni 2020 is het advies van de commissie, d.d. 30 juni 2020, ontvangen. De commissie adviseert het college het bezwaarschrift ten aanzien van het besluit van 31 januari 2020 ontvankelijk en ongegrond te verklaren en het bezwaarschrift ten aanzien van het besluit van 3 februari 2020 niet-ontvankelijk te verklaren. Ook wordt geadviseerd om geen vergoeding in de proceskosten toe te kennen. Volgens de commissie kent het college bijstand toe per datum melding (artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet). Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van belanghebbende om zijn aanspraken op bijstand tijdig geldend te maken door middel van het indienen van een aanvraag. In de beschikking van het UWV van 22 oktober 2019 staat, dat geen uitkering wordt uitbetaald. Dat aan bezwaarmaker door het UWV gezegd zou zijn, dat hij pas na 3 december 2019 een andere uitkering kan aanvragen is niet verifieer- en controleerbaar onderbouwd. Uit vaste jurisprudentie volgt dat: “Als een aanvraag om een werkloosheidsuitkering is ingediend impliceert dat niet dat na afwijzing van die aanvraag ook per datum aanvraag
om een werkloosheidsuitkering een bijstandsuitkering moet worden toegekend. Elke specifieke uitkering vereist immers een afzonderlijke aanvraag.”
De commissie is van mening dat de gronden van bezwaarmaker niet gekwalificeerd kunnen worden als bijzondere omstandigheden waardoor het college met terugwerkende kracht een uitkering zou moeten toekennen. De onbekendheid met regelgeving, c.q. de complexiteit hiervan, vormt geen bijzondere omstandigheid. Verder is de commissie van oordeel, dat bij bezwaarmaker geen aanleiding is tot het vergoeden van de proceskosten. Verwezen wordt naar het advies van de commissie.

Besluit

  1. Overeenkomstig het advies van de bezwaarschriftencommissie Ouder-Amstel het bezwaarschrift van 6 maart 2020, gericht tegen het besluit van 31 januari 2020, ontvankelijk en ongegrond verklaren en gericht tegen het besluit van 3 februari 2020, niet ontvankelijk verklaren.
  2. Het verzoek om een vergoeding in de proceskosten afwijzen.
  3. Bezwaarmaker van de beslissing op het bezwaar op de hoogte stellen.

Benoeming nieuw lid bezwaarschriftencommissie.

Vanwege het verzoek van de heer W.A. H. om zijn lidmaatschap van de commissie van bezwaarschriften te beëindigen, is een vervangster gevonden die benoemd kan worden. De heer W.A. H. ontslag verlenen.

Besluit

  1. J.E. K. te benoemen als nieuw lid van de bezwaarschriftencommissie. Deze benoeming geldt vanaf 1 augustus 2020 tot en met de eerstvolgende raadsverkiezingen;
  2. Aan de heer W.A. H., als lid van de bezwaarschriftencommissie, per 1 augustus 2020 ontslag te verlenen op eigen verzoek.

Subsidieregeling peuteraanbod en voorschoolse educatie.

Vanaf 1 augustus 2020 zijn gemeenten verplicht om minimaal 960 uur voorschoolse educatie aan te bieden aan doelgroeppeuters (peuters met vve-indicatie) van tweeënhalf tot vier jaar. In de huidige subsidieregeling hanteert de gemeente Ouder-Amstel een startleeftijd van 2 jaar, omdat uit onderzoek blijkt dat vroeg investeren in kinderen loont. Als bijlage bij dit voorstel is een aangepaste conceptregeling toegevoegd, die deze startleeftijd aanhoudt. Voorgesteld wordt om ook de startleeftijd van het reguliere peuteraanbod op 2 jaar vast te stellen en het aanbod te laten aansluiten aan de tijden van de kinderdagopvang (5,25-5,5 uur per dagdeel) en daarmee met 1 uur per week te verruimen van 10 naar 11 uur per week. De belangrijkste voorgestelde wijziging ten opzichte van de huidige regeling is het aantal gesubsidieerde uren opvang voorschoolse educatie per week (van 11 naar 16 uur). Ook nieuw is dat ouders over 75% van de uren een inkomensafhankelijke bijdrage betalen. De gemeente subsidieert de VE-aanbieder met €9,50 per uur minus de ouderbijdrage die de ouders betaalt over 75% van de uren. De resterende 25% van de uren is voor ouders gratis. Op deze manier blijft de toename van kosten voor ouders beperkt, wat deelname aan het voorschoolse programma stimuleert. De kosten voor deze regeling worden gedekt uit de goab-middelen, die worden ingezet voor het onderwijskansenbeleid, en de middelen die de gemeente ontvangt voor het realiseren van een aanbod voor alle peuters (de zogenaamde Asscher-middelen).

Besluit 

  • De subsidieregeling peuteraanbod en voorschoolse educatie vast te stellen;
  • De regeling te bekostigen vanuit de rijksuitkering voor het onderwijsachterstandenbeleid en de middelen die de gemeente ontvangt voor het realiseren van een aanbod voor alle peuters.

Uitwerken van een voorstel voor het invoeren van “negatief mandaat”

Binnen de Duo gemeenten wordt gewerkt met een gesloten stelsel; een bevoegdhedenregister, een mandaatregister en een mandaatregeling. Dit kost veel inzet om up-to-date te houden.  Er kan ook gewerkt worden met een open stelsel, genoemd “negatiefmandaat”. Dit kost minder inzet om up-to-date te houden en is daarmee altijd meer up-to-date. We verzoeken u in te stemmen met het nader uitwerken van het negatief mandaat.

Besluit

In te stemmen met het nader uitwerken van het instellen van “negatief mandaat”.

Behoort bij B&W-besluitenlijst d.d. 07 juli 2020
de loco secretaris, 
H.J. Kempers